Home » Cultuur » ‘Je bent het zelf niet’ – Waarom je rustig oude gebeden kunt beamen
Navid Kermani: Katholieken en protestanten gaan stiefmoederlijk om met de vormen van het geloof.

‘Je bent het zelf niet’ – Waarom je rustig oude gebeden kunt beamen

Het platoonse dualisme, waarin het lichaam als het mindere tegenover het hogere van de ziel staat, is reeds lang geleden verlaten. Merkwaardigerwijs toont dat dualisme zich nog wel als het gaat over vorm en inhoud. In kunst, maar ook in liturgie, eisen wij dat de vormen zich onderwerpen aan onze eigen inhouden. De vorm wordt gereduceerd tot een middel waarin we onze hoogstpersoonlijke identiteit tot uitdrukking willen zien komen. Een uiting van narcisme, zegt Eric Corsius. Romancier en essayist Navid Kermani, winnaar van de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels 2015, kan ons nederigheid leren.

Door Eric Corsius

Met moeite had ik in Leipzig nog een exemplaar verworven van het nieuwste boek van Navid Kermani, de drager van de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels 2015. Met deze prooi onder mijn arm betrad ik de Thomaskirche, om daar een diepe buiging te maken voor het graf van Johann Sebastiaan Bach. Er was juist een middagdienst gaande. Toen een sentimenteel hedendaags gezang werd aangeheven wisselden mijn reisgenoot en ik een blik van smartelijke verstandhouding. In deze heilige ruimte, waar ooit de even complexe als meeslepende werken van de Thomascantor in première gingen, klonken nu de eendimensionale en oppervlakkige gezangen uit de oecumenische hitparade. Ik voelde de grond onder mijn voeten trillen. Bach had zich omgedraaid.

Aandacht voor vorm

Dat ik juist hier en nu Kermani’s boek bij me had, kon geen toeval zijn. Deze Duitser van Iranese afkomst, oriëntalist en kenner van de Duitse cultuur, belijdend moslim en open geest, romancier en essayist: deze allesweter kan lyrisch worden over christelijke kunst en is daardoor des te vatbaarder voor de pijnlijke confrontatie met het gebrek aan schoonheidszin bij sommige christenen. Hij is een pleitbezorger van de aandacht voor de vorm, die zijns inziens door katholieken en protestanten steeds meer stiefmoederlijk wordt behandeld.

In dat laatste moet ik hem helaas gelijk geven. In onze liturgie en inrichting van gebouwen bijvoorbeeld heeft het overbrengen van de boodschap de hoogste prioriteit en het ‘bereiken van de mensen’ de grootste urgentie. Om dit doel te bereiken zijn we bereid tot vergaande concessies als het gaat om de vorm. Die mag, ja: moet zich voegen naar datgene wat wij zien als de ‘inhoud’. In zichzelf is zij irrelevant. We nemen daarom veel amateurisme voor lief. We zijn ook bereid om teksten en rituelen uit de traditie – die volgens ons niet passen bij onze boodschap – te verminken. Zolang onze inhoud maar overkomt is alles geoorloofd.

Dualisme

Hoewel wij lang geleden het ‘platoonse’ dualisme tussen ziel en lichaam afzwoeren, spookt dit nog steeds rond in de gedaante van het frame dat vorm en inhoud tegenover en boven elkaar plaatst. Zoals eertijds de ziel tegenover en boven het lichaam werd geplaatst, zo plaatsen wij nu de inhoud boven de vorm. Zoals ooit het lichaam werd gekastijd en uitgeteerd omwille van de ziel, zo parasiteert de inhoud nu op de vorm. De inhoud is immers de kern, de vorm slechts verpakking. Dat ze innerlijk verweven zijn wordt miskend – en dus ook het gegeven dat hij die aan de vorm komt, ook aan de inhoud komt. Vertalers weten daar alles van.

In zekere zin echter – en dat is de paradox bij dit alles – laat de vorm ons niet koud, maar zijn we erdoor geobsedeerd, zij het op een negatieve manier. Krampachtig houden we haar in bedwang. Wij eisen dat zij zich volstrekt onderwerpt aan de boodschap, dat zij naadloos erop aansluit, zich ernaar voegt en zit als gegoten. Dat de vorm ook haar eigen rechten heeft en eisen stelt, willen we niet weten. Ze wordt gereduceerd tot een middel om uit te drukken wat wij vinden, voelen, denken. De vorm moet een spiegel zijn waarin wij – op collectief en individueel niveau – ons eigen beeld willen herkennen. En zo ontpopt het inhoud-vorm-dualisme zich als een uiting van narcisme.

Nederige dragers

Wat dit betreft zijn Navid Kermani’s beschouwingen over het theater leerzaam. Toneelspelers willen tegenwoordig helemaal samenvallen met hun rol en personage, zegt hij. Dit is anders in het voormoderne theater of in het passiespel van de Sjiitische traditie. Daarin zijn de acteurs de nederige dragers van hun rol. Ze geven in hun wijze van acteren voortdurend te kennen dat zij niet het personage zijn of ermee samenvallen, wiens tekst zij uitspreken, maar slechts een bescheiden tussenpersoon. Door die nederigheid komt de tekst en de ermee verweven inhoud tot zijn recht.

Dit kunnen wij progressieve gelovigen moeiteloos toepassen op de liturgie en andere vormen van zielzorg. Als we onszelf slechts als bemiddelaars zien van teksten, beelden en gebaren, hoeven we niet wakker te liggen van de gedachte, dat we ons daarmee niet kunnen identificeren en dat ze niet uitdrukken hoe wij ons voelen en wat wij denken. Zolang we echter denken dat wij boven de vormen staan, staan we de echte inhoud, die onlosmakelijk is verweven met de overgeleverde vormen, alleen maar in de weg.

 

Navid Kermani, Zwischen Koran und Kafka. West-östliche Erkundungen. Hanser, München 2014 en Ungläubiges Staunen. Über das Christentum, Beck, München 2015.

 

mw eric-corsius-juni-20102 » Lees ook andere artikelen van Eric Corsius

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*