Home » Boeken » De wonderbaarlijke wereld van Alan Watts

De wonderbaarlijke wereld van Alan Watts

Filosoof, schrijver, spreker, anglicaans priester, hoogleraar en beoefenaar van de vergelijkende godsdienstwetenschappen: Alan Watts was dat allemaal. Maar bovenal was hij een van die speels-rebelse cultfiguren uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw die een nieuwe denk- en leefstijl verkondigden, geïnspireerd door oosterse religies en filosofieën.  Recent verscheen ‘Weg van het denken’, gebaseerd op Watts’ succesvolle lezingserie ‘Out of your mind’. Een aanrader, oordeelt Liesbeth Gijsbers. Na lezing “waait een vriendelijk lentebriesje door je heldere, open brein.”

Door Liesbeth Gijsbers

Weg van het denken (Ankh Hermes, 2017) is gebaseerd op de succesvolle audiocollectie Out of Your mind van de filosoof Alan Watts (1915-1973). Alans zoon Mark Watts, die het erfgoed van zijn vader beheert en digitaal verspreidt via de Alan Watts Electric University, bewerkte die serie vorig jaar tot een boek. Het boek bevat lezingen uit zes verschillende seminars, die samen een boeiend relaas vormen over de vraag hoe je als mens door de beperkingen van je denken heen kunt breken om tot een ruimer bewustzijn te komen.  Een aanrader voor een ieder die persoonlijk of beroepsmatig  geïnteresseerd is in de aard van ons denken en in de grote vragen van ons bestaan: Wie ben ik? Wat is mijn plaats in de wereld? Hoe verhoud ik mij daartoe? Hoe leef ik mijn leven? Hoe kan ik omgaan met lijden en de dood? Voor wie Alan Watts nog niet kent – zelf had ik nog nooit iets van hem gelezen – is het een prachtige kennismaking met een eigenzinnig filosoof. Ken Wilber, die Watts als zijn filosofische en literaire mentor beschouwt, beveelt het boek mijns inziens dan ook helemaal terecht aan als een ‘prima uitgangspunt voor de wonderbaarlijke wereld van Alan Watts.’

Spiritueel entertainer

Voor wie al wat langer vertrouwd is met oosterse filosofie, boeddhisme, hindoeïsme en taoïsme is Alan Watts wellicht een bekende naam. Deze markante cultfiguur (of ‘spiritueel entertainer’, zoals hij zichzelf graag aanduidde) bracht als een van de eersten de oosterse religie en filosofie op een toegankelijke manier over naar het Westen. Hij deed dat in een tijd – de jaren vijftig, zestig van de vorige eeuw – waarin veel westerlingen zich juist wensten te bevrijden uit een al te nauw ervaren christelijk geloofskorset. Een nieuwe generatie verliet massaal de kerk en ging op zoek naar een passend spiritueel alternatief. Het gedachtengoed van Alan Watts sloot daar wondergoed bij aan, en boeken als The Wisdom of Insecurity (1951), The way of zen (1957) en Psychotherapy East and West (1961) vonden dan ook gretig aftrek.

Watts werd in 1915 geboren in Engeland, en emigreerde begin jaren dertig naar Amerika, waar hij – na een turbulent leven – op 58-jarige leeftijd overleed. Hij studeerde theologie en was ook een paar jaar priester in de Anglicaanse kerk, maar werd toch meer gegrepen door zijn al vroeg geboren liefde voor het boeddhisme. Daarnaast verdiepte hij zich in het hindoeïsme en taoïsme. Het werd zijn levenswerk om vanuit al die verschillende bronnen een eigen visie te ontwikkelen op het bestaan, en die met anderen te communiceren via publicaties, colleges, lezingen en interviews op radio en tv. Wereldwijd wist hij zo miljoenen mensen te bereiken, ik vermoed mede dankzij zijn speels-rebelse en beeldende  stijl. Op internet is hij nog steeds een veelbezocht spiritueel leraar, ook voor hedendaagse zoekers.

Duizelen

Het goedgekozen omslagbeeld van Weg van het denken verklapt stiekem al een hoop van de inhoud. Te zien is een van bovenaf gefotografeerd bos: het is een dichte, donkere brij van boomtoppen, die met een beetje goede wil doet denken aan onze hersenen. Kijk je er wat langer naar, dan begint het je te duizelen. Gelukkig kronkelt er echter een weg doorheen, waar een blauw autootje overheen rijdt. Opgelucht haal je adem. Stap in en laat Watts je als bijrijder in zeventien boeiende hoofdstukken meenemen door en vooral uit dit vaak al te dicht bevolkte denken. Tijdens de reis vertelt hij je met veel humor over een radicaal andere manier waarop je naar jezelf en de wereld om je heen zou kunnen kijken. Zijn boodschap is licht en troostrijk: neem jezelf toch eens wat minder serieus! Ervaar het wonder dat je bent, en ontdek bovenal hoezeer je één bent met de wereld om je heen. Speel en verwonder je als het kind dat je eens geweest bent.

In het eerste deel – ‘de aard van bewustzijn’ –  legt Watts uit hoezeer wij in ons denken cultureel bepaald zijn. Hij bespreekt twee kosmologische modellen, het keramische en het volautomatische model, die hij beschouwt als de twee belangrijkste mythen die ons in ons denken gevangenhouden en scheiden van de wereld om ons heen. Met een gevoel van angst en eenzame afgescheidenheid tot gevolg.

zin- en betekenisloze toevalstreffers

Religies als het christendom, jodendom en de islam vinden hun basisvoorstelling van de wereld in het boek Genesis, dat aan de wieg staat van het keramische model. Het verhaalt over een Schepper als maker, een Koning der koningen. Het is een voorstelling die is ingegeven door een eeuwenoude cultuur met monarchale bestuursvormen. Anders dan mensen in het Oosten zijn wij onszelf hierdoor gaan zien als artefacten, als dingen die van buitenaf ‘gemaakt’ zijn. God als een pottenbakker, die zijn maaksels vervolgens leven inblies. Wij mensen zijn volkomen afhankelijk van en ondergeschikt aan deze Schepper. Een westers kind kan hierdoor vragen: ‘Wie heeft mij gemaakt?’ terwijl een oosters kind eerder benieuwd is naar hoe het is gegroeid. Dat is een wezenlijk verschil – een onstaan van buitenaf, of een van binnenuit – dat vergaande gevolgen heeft voor hoe je jezelf en de wereld daaromheen ervaart.

Het volautomatisch model vindt zijn oorsprong in de (natuur)wetenschap. Op zeker moment raakte het keramisch model hier in de problemen. God als eerste oorzaak werd in twijfel getrokken, en de natuurwetenschap kreeg  steeds meer autoriteit.  Het universum veranderde in een indrukwekkende machine, die haar werk deed volgens uurwerkachtige, logische wetten. Wijzelf konden daarin niet meer zijn dan zin- en betekenisloze toevalstreffers. Met God verloren we ook onszelf.

Stekels en slijm

Watts onderscheidt op die manier twee soorten filosofie, die hij treffend stekels en slijm noemt. Stekelige mensen zijn nauwgezet en logisch, en verdelen alles in begrijpelijke stukjes, terwijl slijmmensen alles liever een beetje vaag houden. Zij weten niet, maar zij geloven. Beide groepen zijn almaar met elkaar in strijd om het eigen gelijk, maar wat ze vergeten is dat ze slechts bij de gratie van elkaar kunnen argumenteren.

Volgens Watts is het leven stekel noch slijm, maar slijmerige stekel of stekelig slijm. In plaats van in tegenstellingen moeten we leren denken in polen. We zijn afhankelijk van elkaar, we bestaan niet op onszelf maar in een context. Zie het als twee stokken die tegen elkaar aan staan. Haal je de ene weg, dan valt ook de andere om. Of kijk naar woorden. Die krijgen pas betekenis in een context. Dit land kent geen vorst is volkomen dubbelzinnig, totdat we er iets over de tropen aan toevoegen.

“Hoe kunnen wij ons bevrijden uit ons beperkte denken, dat vernauwd en verward is geraakt door de illusie van een afgescheiden ik?”

Hoe dan ook, onder invloed van deze twee denkrichtingen zijn wij onszelf dus als een afgescheiden ‘ding’ gaan ervaren. In het eerste geval als een ondergeschikt ding, in het tweede geval als een betekenisloos ding. We zeggen dat we op de wereld komen, als functioneerden wij er helemaal los van, terwijl we uit het geheel zijn voortgekomen. Het universum doet mensen, zoals een appelboom appels doet, of een rozenstruik rozen.

Dramatische model

Omdat beide denkmodellen ons doodongelukkig maken stelt Alan Watts een alternatief model voor: het dramatische model. Stel je het leven voor als een toneelspel. De essentie van een spel is dat je verstoppertje speelt. Dat niets is wat het lijkt. We zijn onze rol (het afgescheiden ik)  zo ongelooflijk goed en overtuigend gaan spelen dat we volkomen vergeten zijn wie of wat we achter ons masker zijn (namelijk: Alles of God, of hoe je de essentie ook noemen wilt). Het spel dat we ‘leven’ heet bestaat er vervolgens uit om te ontdekken waar/wie/wat we zijn. Leuk toch? En veel beter en prettiger toch ook dan een onderdanig of zinloos bestaan?

In de twee volgende twee delen van het boek, ‘het web van het leven’ en  ‘onvermijdelijke extase’, werkt Watts dit model verder uit tot een authentieke en volgens Ken Wilber ‘erg zinnige’ manier om naar de wereld te kijken. Steeds komt hij met nieuwe metaforen, gedachtenexperimentjes, boeddhistische verhalen, voorbeelden van goeroes, allemaal bedoeld om je uit die hardnekkige hypnose te tikken van dat cultureel bepaalde geloof in een afgezonderd ik.

Zo is er bijvoorbeeld het verhaal over de overtuiging dat de aarde plat was. Het enige wat hielp om mensen te overtuigen van iets anders, was ze te vragen de rand op te zoeken. Pas toen mensen terug bij het punt van vertrek kwamen, waren ze bereid hun overtuiging te laten varen. Mensen geven overtuigingen blijkbaar maar héél moeilijk op. Iets soortgelijks kan gelden voor ons denken.

Alles is proces

Voor Watts zijn bijvoorbeeld ook materie en geest verouderde concepten. Alles is volgens hem patroon, alles is trilling, alles is proces, alles hoort bij elkaar en is afhankelijk van elkaar, het hele bestaan is vergelijkbaar met de schering en inslag van een ingewikkeld borduurwerk: aan de bovenkant ziet alles er prachtig uit, maar draai je het om, dan zie je een enorme warboel. Zet je vervolgens de microscoop op één enkele draad in die warboel, dan ontdek je daar weer een perfecte orde en harmonie. Met dáárachter weer chaos. Hout is slechts hard in verhouding tot een zachte huid. De val van een boom in een bos geeft pas geluid als er een trommelvlies is om het op te vangen. Leven kan niet bestaan zonder de dood. Alles bestaat in polen. Wat is het verschil tussen het niets dat na de dood komt, en het niets dat aan het leven voorafging? Waarom zijn we alleen voor het eerste zo bang?  En zo meer en zo verder, en almaar door.

De laatste drie delen van het boek hebben een iets andere toon. Daar is vooral de leraar Aziatische filosofie en religie aan het woord, die ons meer vertelt over de geschiedenis en de kenmerken van zen en het taoïsme, boeddhisme en hindoeïsme. Hij doet dat evenwel op de hem eigen speelse manier, en steeds tegen de achtergrond van die ene vraag die als een rode draad door het boek loopt: hoe kunnen wij ons bevrijden uit ons beperkte denken, dat vernauwd en verward is geraakt door de illusie van een afgescheiden ik?

Ik heb in elk geval genoten van dit boek. Weg van het denken leest alsof Watts zomaar wat tegen je aan zit te babbelen in zijn blauwe autootje. Fris en helder. En aan het eind van de rit merk je dat hij je heimelijk het donkergroene bos uit heeft gereden. Het is licht, de zon schijnt, en er waait een vriendelijk lentebriesje door je heldere, open brein.

———

Alan Watts, Weg van het denken, AnkhHermes (2017), onderdeel van VBK media Utrecht, 224 blz., € 22,50. Oorspronkelijke titel Out of Your Mind, Sounds True Boulder, Verenigde Staten, 2017.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*