Home » Interview » Reliëf-directeur Thijs Tromp: “‘Erbij horen’ is een kernthema van het christelijk geloof”

Reliëf-directeur Thijs Tromp: “‘Erbij horen’ is een kernthema van het christelijk geloof”

“Het terugdringen van sociale uitsluiting is een van de grootste uitdagingen in onze samenleving en ook voor de diaconie, de sociale inzet vanuit de kerken”, aldus Thijs Tromp, bijzonder hoogleraar diaconaat en directeur van Reliëf, de christelijke vereniging van zorgaanbieders.

Door Cees Veltman

Hij is de kersverse bijzonder hoogleraar diaconaat. Onlangs verzorgde hij de ‘Diaconale Lezing’, waarin hij opriep tot het bevorderen van verbondenheid (inclusie) en het geven van tegengas tegen polarisatie en uitsluiting (exclusie). De eerste reacties waren positief, vertelt Thijs Tromp, theoloog en directeur van Reliëf, de vereniging van zorgaanbieders die ‘bevordering van menslievende zorg’ als haar missie voert.

“Ik was aangenaam verrast. Het thema inclusie wordt in kerkelijke kringen breed herkend. De bestaande zorg en sociale regelingen leiden vaak tot een sluipende uitsluiting door de overheid. De overheid is dan een verterend vuur, nauwelijks een vangnet. Eerst mag je meedoen met een regeling, dan behoor je dat te doen en uiteindelijk moet het. Als je niet meedoet, wordt je uitkering gekort.

Veel instemming dus, maar mij werd wel gevraagd meer aandacht te besteden aan vluchtelingen en ongedocumenteerden in Nederland, mensen die nog steeds onvoldoende in beeld komen. Veel diakenen en diaconale organisaties maken zich met name ernstig zorgen over de groep mensen die in Nederland verblijven zonder geldige verblijfsdocumenten. Hoeveel het er zijn, weten we niet precies. We zien wel dat bij opvanggelegenheden steeds vaker vrouwen met kinderen aankloppen. Het gaat al lang niet meer alleen om individuele mannen of vrouwen. Ze mogen hier niet werken, zijn niet verzekerd en oogluikend wordt toegestaan als mensen ze helpen of in huis nemen. Ook arbeidsongeschikten en mensen met beperkingen komen in problemen door allerlei regelingen. Zij worden vanuit de, nooit bediscussieerde, hoofdstroom van de samenleving beschouwd als mensen die in de marge verkeren en van wie weinig te verwachten valt.

In een kritische bespreking van mijn lezing werd opgemerkt dat de kerken nog te veel worden beschouwd als onderdeel van de hoofdstroom in de samenleving terwijl de geëigende positie van de kerken in de marge zou moeten zijn. De kerken zouden bondgenoten moeten zijn van mensen die uitgesloten worden. Met die opmerking ben ik het eens. Kerken staan altijd bloot aan de verleiding van macht. Van de bevrijdingstheologie en de postkoloniale theologie kunnen we leren dat machtsongelijkheid ook in het helpen wordt gereproduceerd. Bij noodhulp is dat geen bezwaar, maar voor de overige hulp moeten we gelijkwaardige verhoudingen bewerkstelligen. Dat betekent dat excuses voor het meewerken aan het in standhouden van machtsongelijkheid op hun plaats zijn. Dat moet nog gebeuren.”

Kerken weten blijkbaar nog te weinig van de marge. De contacten zijn beperkt?

“Ja. Precies met dat doel is indertijd de presentiebenadering ontwikkeld door de gereformeerde theoloog Kor Schippers uit Kampen. Daarbij ging het niet om problemen oplossen, maar om mensen op een vriendschappelijke manier te leren kennen, en om hen te leren waarderen om wie ze zijn. Schippers zei: we hebben het over armen, maar we zijn zelf niet arm. We kunnen niet voldoende invoelen hoe het is om arm te zijn en we weten niet goed om wie het gaat. Daarom moeten we de grens over, zei Schippers. Ik zie nog steeds te weinig grensverkeer. Grensverkeer hebben we nodig, niet alleen van de marge naar de hoofdstroom, maar ook van de hoofdstroom naar de marge. We moeten niet over elkaar praten maar met elkaar. De ervaring leert: als er contacten worden gelegd, zie je dat het soms zo goed klikt dat die contacten blijvend zijn. Dat proces fascineert me.

Mensen kunnen als katalysator werken. Het zijn vaak creatievelingen in de wereld van kunst en muziek die de hoofdstroom en de marge dichter bij elkaar brengen. Ook televisieprogramma’s, zoals van Johnny de Mol en Beau van Erven Dorens, met mensen in de marge werken goed voor meer onderling begrip. Sommigen kijken een beetje neer op dat soort tv-programma’s, maar zonder dit soort initiatieven is er nog minder aandacht voor mensen met beperkingen.”

Er is nu wel brede aandacht voor uitsluiting, ook bij de overheid.

“Ja, dat is een goed teken, maar tegelijk een teken aan de wand: er is kennelijk zoveel uitsluiting en discriminatie dat het nodig is om dit hoog op de agenda te houden. Er worden namelijk barrières opgeworpen om te kunnen meedoen of erbij te horen. Bijvoorbeeld door het structureel laag houden van uitkeringen of het erg moeilijk maken om uitkeringen te krijgen, door onoverzichtelijkheid in toeslagen van de Belastingdienst waardoor mensen structureel armoede lijden en ze gestrest raken.

“Machtsongelijkheid wordt ook in het helpen gereproduceerd”

Hier wil ik wat tegenwind blazen. Het visioen dat christenen bezielt, als het gaat over inclusie, is dat iedereen erbij hoort. Erbij horen is een centraal thema in het christelijk geloof. Van inclusie wordt iedereen rijker. Het begrip staat voor een samenleving waar alle mensen, ondanks, of liever gezegd dankzij hun verschillen, erbij horen en kunnen meedoen. Dat ze gezien worden, mee mogen praten en meetellen. Jezus zocht de gemarginaliseerden in zijn tijd niet op omdat zij zondaars waren – die wees hij ook aan in de gevestigde orde – maar omdat zij uitgesloten waren van de gemeenschap, vergelijkbaar met de stelselmatige stereotyperingen van moslims en ook van verwarde mensen door politici, opiniemakers en op digitale fora.”

U verwees naar de groeiende tweedeling tussen arm en rijk, hoog- en praktisch opgeleid, autochtoon en migrant, gezond en ziek, volwassen en oud, zoals die blijkt uit het rapport van het Sociaal- en Cultureel Planbureau (SCP).

“Ja, volgens het SCP vallen de Nederlanders grofweg uiteen in drie groepen. Een derde deel is positief gemutst. Deze mensen bezitten ook de beslismacht. Ze hebben het hoogste inkomen, het meeste vermogen en de beste gezondheid. Een derde deel is boos zoals de mensen op de sociale media, of bang zoals de boeren. Ze hebben vaak weinig inkomen, zijn onzeker over hun baan, hebben een relatief lage gezondheid, identificeren zich niet met Nederland, zijn argwanend ten opzichte van de politiek, ervaren door ingewikkelde regelingen weinig toegang tot voorzieningen, wonen in achterstandswijken en hebben geen toegang tot de politieke en economische elite.

Het laatste derde deel is onzeker, het gaat deze mensen nu wel goed maar ze maken zich zorgen over hoe het verder zal gaan. Bij de volgende crisis, als gevolg van migratie, stikstof, klimaat of gezondheid, denken ze, missen wij de boot. Op die laatste groep heb ik mijn hoop gevestigd. Dat zijn onder anderen verpleegkundigen en andere zorgverleners, medewerkers van penitentiaire instellingen mensen van de sociaal advocatuur, leerkrachten, boeren, belastingambtenaren en medewerkers van het UWV. Voorkomen moet worden dat die groep ook boos wordt. Dat kan door hun werkdruk te verlagen. Loonsverhoging is niet per se de oplossing, die leidt er immers toe dat er banen worden geschrapt om die lonen te betalen waardoor de werkdruk nog verder toeneemt. Soms denk ik: Waarom vragen we de nieuwe Nederlanders en ongedocumenteerden niet of ze in onze ziekenhuizen en op andere plekken willen werken? We kunnen die vacatures echt niet opvullen met de mensen uit de kaartenbakken van het UWV. We hebben anderen nodig. Zij staan aan onze grenzen!”

Op welke politieke partijen stelt u uw hoop?

“Mijn hoop is gevestigd op de partijen die vroeger uitgingen van het subsidiariteitsbeginsel en het belang van het maatschappelijk middenveld: het CDA, de ChristenUnie en een flank van de PvdA. Ik hoop dat die partijen hun ideologische veren weer laten groeien en zullen proberen bange groepen, zoals taxichauffeurs die er door Uber uit worden gedrukt, opnieuw te motiveren om de schouders er samen onder te zetten. Toch zal mijn invalshoek niet die van de grote politieke actie zijn. Ik vestig mijn hoop op het kleine begin, op de inclusieve ontmoeting. De inclusieve ontmoeting is echt, lijfelijk, langzaam, en ze heeft de potentie tot rolomkering. Daarmee bedoel ik dat ze ruimte bieden voor momenten van wederkerigheid.

“De inclusieve ontmoeting begint met de erkenning dat de ander net zo anders is als ik”

De inclusieve ontmoeting begint als een ontmoeting tussen ongelijken, tussen ‘normaal’ en ‘afwijkend’. We kunnen wel beweren dat dat niet zo is, dat alle mensen gelijkwaardig zijn, maar vooroordelen over normaal en afwijkend zitten diep ingebakken. Die vooroordelen verdwijnen niet als sneeuw voor de zon in de inclusieve ontmoeting. Die inclusieve ontmoeting begint niet met de erkenning dat de ander net zo is als ik, maar juist net zo anders als ik. Dergelijke inclusieve ontmoetingen ontstaan op tal van plekken, bij buddyprojecten en schuldhulpmaatjes, vrijwillige opvoedingsondersteuning, kluswerk voor elkaar, rond voedselbanken, inloophuizen, maar ook bij koren, sportverenigingen en andere hobbyverenigingen. Waar mensen het wagen de grens over te steken naar elkaar, kan het ontstaan. ”

Diaconieën, de sociale inzet van de kerken, moeten hun aandacht weer richten op de zorg?

“Ja, de zorgsector en de diaconie zijn uit elkaar gegroeid. Zorginstellingen zien kerken allang niet meer als een partner en andersom ook niet. Dat is opmerkelijk, omdat het leeuwendeel van de zorgaanbieders is ontstaan uit diaconale initiatieven. Inmiddels is er een beeld ontstaan dat de zorg van de overheid is en dat het in het kader van de scheiding tussen kerk en staat beter is als de kerk zich niet met de zorg bemoeit. Behalve dan dat ze zich inzetten voor mensen die buiten de boot van de formele zorg vallen. Ik zou dit beeld willen bijdraaien. De marge is niet buiten de zorg, maar bevindt zich in de zorginstellingen. En in de marge komen zorgmedewerkers, welzijnsmedewerkers, ambtenaren én vrijwilligers uit kerken, Humanitas en andere vrijwilligersorganisaties elkaar voortdurend tegen. Samen werken aan het in standhouden van humaniteit en het terugdringen van uitsluiting, dat zou mijn idee zijn. Kerken hebben de taak om de uitsluitende tendensen van politieke en professionele zorg aan de kaak te blijven stellen. Maar dat kan alleen op een gelegitimeerde wijze, als je bondgenoot bent van mensen die lijden onder stigmatisering, uitsluiting of discriminatie.”

Het is nog niet zo gemakkelijk zo’n gemeenschap met een diversiteit aan mensen op te bouwen.

“Buurtbarbecues bijvoorbeeld kunnen een mooi begin zijn van betere relaties in je straat. Maar er is meer nodig. De politieke retoriek van meer participatie, langer thuis blijven wonen, burgers die voor elkaar zorgen heeft ertoe geleid dat mensen wel langer thuis wonen en dat er steeds meer mensen met een verstandelijke beperking of een psychische kwetsbaarheid in gewone woonwijken wonen. Maar er is veel te weinig gedaan om die wijken te helpen om deze bijzondere bewoners welkom te heten en op te nemen in de samenleving. Onlangs verscheen een alarmerend rapport over de kwaliteit van leven in de zogenaamde achterstandswijken. Een opstapeling van problemen werd het genoemd. Lastige uitdrukking, ze bedoelen dat er veel mensen wonen die wat meer tijd en aandacht nodig hebben. Die is er niet. Ik zou willen dat er ook breder in de samenleving de bereidheid ontstaat om mensen die om wat voor reden dan ook in een uitzonderlijke positie terecht zijn gekomen, welkom te heten. Vooral de categorie ‘blije en tevreden Nederlanders’ zou hier een rol in mogen spelen, wat mij betreft.”

U pleit in uw lezing ook voor structurele maatschappelijke verandering.

“Ja, het lijkt me dat er sprake is van een fors structuurprobleem, maar hoe kunnen we dat rap oplossen? De verborgen dynamiek van het neoliberalisme met zijn nadruk op autonomie en vrijheid werkt voor veel Nederlanders als een boemerang waardoor mensen compleet op zichzelf worden teruggeworpen. Niemand is tegen vrijheid en verantwoordelijkheid, tegen zelfbeschikking en respect voor verschillen tussen mensen. Dat zijn de belangrijkste waarden van de nieuwe religie van het neoliberalisme. Het is wel een ongodsdienstige religie, maar vertoont alle kenmerken van een religie met alle rituelen en dogma’s van dien. Maar door dat neoliberale geloof met zijn mooie idealen worden we erin geluisd. Als je hulp nodig hebt, is de boodschap keihard: je moet je problemen zelf oplossen en je bent er zelf verantwoordelijk voor. Dan vallen er echter allerlei mensen uit de boot. Dat kan heel snel gaan. Veel mensen raken vaak buiten hun schuld en door een samenloop van omstandigheden – echtscheiding, ziekte, ontslag enzovoort – in de schulden, bijvoorbeeld door steeds oplopende boetes. Je kunt alles zelf oplossen? Waar een wil is, is een weg? Dat is echt niet waar.

“De verborgen dynamiek van het liberalisme werkt voor velen als een boemerang”

We zullen vangnetten en op zorg gerichte voorzieningen moeten ondersteunen. We zijn in Nederland erg tegen het collectieve geworden, tegen gemeenschap, tegen sociale controle in wijken, tegen het huwelijk en de kerk en de familie, want dat zijn maar beknellende instituten, is het idee. Goede zorg moet het hebben van duurzame, relationele verbanden die bevrijdend werken. Die zorg is in Nederland gelukkig nog wel beter dan in veel andere landen. In Schotland bijvoorbeeld is nu bij wet geregeld dat vrouwen gratis maandverband en tampons kunnen krijgen. Wat voor een land is het waar zoveel vrouwen zo arm zijn dat ze dat niet zelf meer kunnen betalen en daardoor gezondheidsrisico’s lopen? Mijn punt is dat we goede zorg, die het beste klein begint, ook klein moeten houden. ‘Wees niet bang een druppel te zijn’, zei bisschop Dom Helder Camara. ‘Het zijn de vele druppels de samen beken, rivieren en oceanen vormen. Je moet durven weten dat er aan de bron nog maar weinig water is’.”

———————-

Thijs Tromp, Wim Kuiper en Jan Hoogland, Geloof in je werk, 60 voorbeelden van christelijke en katholieke inspiratie, Sinds 1883 Uitgevers, 203 blz., € 20,50. (Zie ook een korte recensie van dit boek.)

Een interview met Thijs Tromp was zondagavond 22 maart 2020 te zien in De Verwondering van Annemiek Schrijver.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*