Home » Spiritualiteit » Let op de vingerwijzing, niet op de vinger – Hoe om te gaan met heilige boeken?

Let op de vingerwijzing, niet op de vinger – Hoe om te gaan met heilige boeken?

Waar gaat het eigenlijk om in heilige geschriften? Wie oppervlakkig leest, ziet grote verschillen. Vincent Duindam adviseert om door de historisch gegroeide ballast heen te lezen. Kijk naar wat je direct raakt, maar hoed je voor uitsluiting, veroordeling en haarkloverij. Volg de pointers in de tekst en let vooral op de werkelijkheid waarnaar ze verwijzen. In essentie wijzen alle heilige boeken in dezelfde richting: word wakker. Een boodschap van bevrijding.

Door Vincent Duindam

Soms lijkt er iets op ons af te komen uit ‘een andere wereld’. Toen de Chinese sterpianist Lang Lang nog een klein jongetje was, kwam er maar weinig informatie uit het Westen richting China. Wat je wel had: de Disneyfilms op de televisie. En Lang Lang was nog maar echt heel jong toen hij in zo’n tekenfilmpje de muziek van Tsjajkovski hoorde. Hij raakte er volkomen door betoverd. En ‘the rest is history’. Op zijn dertiende woon hij de eerste prijs op het Tsjajkovski Concours.

Diep geraakt

Op dezelfde manier kan er via oude, heilige boeken tot ons ‘gesproken’ worden. Natuurlijk zit hier, net als bij Lang Lang, veel ruis en historische ballast omheen. Maar we horen de boodschap en iets in ons wordt diep geraakt.

De grote vraag is dan altijd: wat is ruis, wat is de kern? Wat moet je ‘letterlijk’ nemen? Moet je überhaupt iets letterlijk nemen? Waarschijnlijk niet. Begin vorige eeuw was er een Nederlands dorp, dat geen telefoonaansluiting (in die tijd nog met telefoonpalen) wilde. Er stond immers geschreven:  “Gods goedheid kent geen palen”.

Voor ons is het nu makkelijk om te zeggen: “Wat een domme mensen, snappen ze niet dat ‘palen’ hier betekent: grenzen, beperkingen. Er staat gewoon: Gods goedheid is grenzeloos. Over telefonie laat de bijbel zich niet uit.”

Ondertussen zou ik graag een Bijbelcitaat vinden, dat het gebruik van de smartphone kan relativeren, maar dat terzijde.

Het risico blijft voor ons allemaal dat we de heilige boeken lezen met ons eigen referentiekader, onze eigen preferenties, voorkeuren en afkeren. Er zijn verschillende veiligheidssystemen om ongelukken te voorkomen. De Joodse traditie is hier heel sterk in. Naast elke mogelijke interpretatie wordt altijd een andere interpretatie gezet. Om fundamentalisme te voorkomen, laat men duizend bloemen bloeien:  1001 interpretaties. Hoeveel mooier en waarachtiger is dit niet dan denken dat je ‘de waarheid in pacht hebt’.

Perspectief op bevrijding

Wat is nu écht?  Toen onze jongste dochter bijna niet meer in Sinterklaas geloofde, kwam de Goedheiligman aan in Monnickendam. Over haar voorzichtige twijfels en vragen, maakte ik een haiku:

‘Bestaat de Sint echt?’
‘Bestaat Monnickendam echt?’
– vraagt onze dochter.

Sommige mensen gooien met het badwater het kind weg. Er is niets dan materie. Dat er mensen zijn ontstaan is een mooi toeval.  Dat er bewustzijn is ontstaan is een ‘schitterend ongeluk’.

Ik denk dat we verder kunnen gaan dan dit. Volgens mij geven de heilige boeken ons een perspectief op bevrijding, verlossing, ontwaken, verbinding.  Kortom: ze brengen een goede boodschap.

Waarom zouden we daar niet mee experimenteren, daarmee onderweg gaan?

Heinrich Schliemann (1822 – 1890), een Duits archeoloog,  werd uitgelachen toen hij dacht dat de stad Troje écht bestond. Was dat geen stad uit verhalen, een sprookjesstad? Op dezelfde manier kunnen wij onze boeken heel serieus nemen. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat ‘de stad van God’, geen Genève onder Calvijn, geen Florence onder Savonarola, geen Mosoel onder ISIS wordt. Geen ‘heilstaat’.

Toetsstenen

Er zijn nog twee toetsstenen die we, vooral in onderlinge samenhang,  kunnen gebruiken.

De eerste is: vindt de boodschap een weerklank diep in jezelf, resoneert er iets? Is er een herkenning, los van je huidige omstandigheden, los van je cultuur – voor zover je kunt overzien?

Ikzelf bijvoorbeeld werd direct getroffen door bepaalde uitspraken van Jezus:

“Gij die zonder zonden zijt, werpe de eerste steen’.

“Zoals je anderen de maat neemt, zal jou zelf de maat genomen worden”

“Met piekeren voeg je geen el aan je leven toe”

“Kijk naar de leliën op het veld, leer van de natuur.”

Dit zijn uitspraken, die je naar binnen doen keren, die je rust brengen, die je verlossen van de ingebakken neiging te (ver)oordelen.

Maar stel nu dat de dingen die jou direct raken als ‘waar’ en een appèl op je doen, dat die dingen meer te maken hebben met uitsluiting dan met inclusie, meer met veroordeling dan met compassie, meer met regels, normen en voorschriften dan met ruimte, liefde en stilte. Wat dan? Voor mij komt hier een tweede toetssteen van pas. Waar uitsluiting een rol speelt, waar regels zich opdringen boven liefde, daar moet een waarschuwing klinken. Dan weet je: hier ben ik nog niet diep genoeg tot Mezelf doorgedrongen. Dan blijven we hangen in een perifere rand van oordelen,  gewoontes en (culturele) opvattingen.

Hoe weet ik dat? Hoe leer ik echt heilige van schijn-heilig te onderscheiden? De tweede toetssteen wijst op een onderlinge verhouding van de verschillende heilige boeken.  Aan de oppervlakte verschillen de oude teksten, net zoals jij en ik aan de buitenkant verschillen. Maar op het diepste niveau is er niet langer sprake van uiteenlopende boodschappen, maar wijze alle heilige boeken in één richting: ‘wakker worden’, het Koninkrijk Gods in jezelf vinden, vrij worden, ontwaken tot verbondenheid. Die ene boodschap heb ik in een eerder artikel voor de Bezieling beschreven als een steen van Rosetta, de sleutel waarmee je de oude teksten ontsluit.

We kunnen onze intuïties dus ook toetsen aan deze Perennial Philosophy (eeuwige wijsheid). Niet alleen in de Bijbel, maar ook in de Dhammapada en in de Bhagavad Gītā is deze wijsheid te vinden. We lezen daar over dezelfde dingen: stilte, vrede, de eeuwigheid in dit moment, het proces (de manier waarop), de stap die je zet, is altijd belangrijker dan toekomst, resultaat, einddoel, etc.

We kunnen onze ‘natural state’, onze oorspronkelijke toestand hervinden. Een plek waar we niet bungelen aan de touwtjes van onze geschiedenis, patronen en conditioneringen. Daar zijn we volkomen één met onszelf, verbonden met alle anderen en met ‘het geheel’.

Vingerwijzingen

Hoe kunnen deze boeken ons daarbij helpen? We lezen ze dus niet letterlijk. Maar ‘conceptueel’ lezen, en theoretische bouwwerken en systemen produceren, is ook niet de aangewezen weg. We kunnen wel afgaan op de ‘pointers’ in de tekst. De vingerwijzingen. We moeten daarbij niet al te zeer op de vingers (de tekst) letten, maar vooral kijken naar wat de vingers aanwijzen.  Kunnen we wat aangewezen wordt in onszelf herkennen?

Wie is bij machte om met bezorgdheid één el aan zijn lengte toe te voegen?”

Kunnen we ‘onbevangen’ zijn als kinderen?

Kunnen we afstappen van  onze eindeloze preoccupatie met oordelen of veroordelen?

Kunnen we meer  letten op dit moment, nu, dan op het resultaat dat we verwachten?

En natuurlijk is het ook heerlijk om van de poëzie van deze teksten te genieten.  Vijftien maal was ik bij de Nacht van de Poëzie in Utrecht. Maar de diepste Nacht van de Poëzie vind je in het lezen van de psalmen, de Bergrede, de Oepanisjaden, de Gita, etc.

Op weg gaan en doorzetten

Toen een klein meisje ooit haar eerste concert van een symfonieorkest meemaakte vroeg ze na afloop: “Is dat allemaal echt gebeurd?”

Kunnen wij zo onbevangen naar de teksten kijken – en deze op ons in laten werken? Naast openheid wordt er nog iets van ons gevraagd: het serieus nemen van de teksten, ermee op weg gaan en doorzetten. Stabilitas heet dat in de benedictijnse traditie.

Er is een Bommelverhaal waarin een steen in goud veranderd wordt. Je hoeft er alleen maar over te wrijven. De meeste figuren in de strip haken echter af, wanneer ze erachter komen hoe vaak je dat moet doen.

Gandhi nam de Gita (en de Bergrede) als leidraad in zijn leven. En het is ook een levenswerk, of misschien beter levenskunst, om je door datgene waar de tekst naar wijst te laten transformeren.

Ten slotte een stukje bijbel en een stukje Gītā, met dezelfde diepe wijsheid:

“Wees stil, weet, Ik Ben, God.” (psalm 46)

En: “Van alle geheimen ben ik de stilte”  (Bhagavad Gita; H 10, vers 38)

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*