Home » Interview » Hanneke Schaap-Jonker: “Als je een keer faalt, ben je nog geen loser”

Hanneke Schaap-Jonker: “Als je een keer faalt, ben je nog geen loser”

“Dit is een goed moment om na te denken over de waarden die we echt belangrijk vinden voor ons leven”, zegt psycholoog en theoloog Hanneke Schaap-Jonker, bijzonder hoogleraar klinische godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij doet onderzoek naar het omgaan met emoties, welbevinden, levensbeschouwing en geloof. Zij is ook rector van het Kennisinstituut christelijke GGZ in Amersfoort.

Door Cees Veltman

U doet onderzoek naar zelfcompassie en godsbeelden en u heeft fundamentele kritiek op het neoliberale denken en het westerse economische systeem. Wat heeft dat met elkaar te maken?

“Ons zelfbeeld en onze zelfwaardering zijn sterk gebaseerd op vergelijkingen met anderen. Wij beoordelen onszelf en elkaar vaak op hoe succesvol we zijn. Met meer zelfcompassie kunnen we wegblijven uit die oordelen en ons op een andere manier verhouden tot onszelf en anderen. Maar dat is moeilijk als de maatschappij heel anders is ingericht: gericht op presteren en succes hebben. Gebaseerd op oordelen. Ik heb daarom kritiek op de huidige ordening van waarden.”

Dat neoliberale denken kennen we al heel lang en is niet zomaar weg.

“Ja dat is zo en het hoeft ook niet allemaal bij het oud papier. Ergens voor gaan en iets willen bereiken, is prima. Maar als dat niet helemaal lukt, werkt dat op veel lagen door. Niet alleen op het werk, maar op alle lagen. Ook als het gaat om wie je bent, om de manier waarop je in relaties staat.  Dat roept de vraag op of je soms ook een loser mag zijn. Mag je constateren dat iets niet is gelukt of lig je er dan helemaal uit? Mag er niet wat meer aandacht zijn voor de waarde van ieder individu, ongeacht diens prestaties?

Nu ben je pas geslaagd in het leven als je jong, sterk, sportief bent. Dat is een heel beperkt mensbeeld waardoor velen buiten de boot vallen. Veel kwaliteiten van mensen blijven dan buiten beschouwing. Iemand kan bijvoorbeeld een psychiatrische diagnose hebben en op allerlei punten niet succesvol zijn – niet meekomen met wat in de maatschappij normaal wordt gevonden – en toch een heel betekenisvol en rijk leven hebben. En ook nog veel betekenen voor anderen, soms op heel originele manier.

“Iemand kan een psychiatrische diagnose hebben en toch een heel betekenisvol en rijk leven hebben”

Als je chronisch ziek bent, niet je eigen geld verdient maar een uitkering krijgt, als je afhankelijk bent van heel veel zorg, word je in het neoliberale denken al snel als economische last of als sociale mislukkeling gezien. Het wordt niet altijd hardop gezegd, maar zo’n leven is in de ogen van velen onwenselijk.

In de psychiatrie kennen we het hersteldenken. Je bent niet alleen hersteld als alle problemen zijn verholpen. Je kunt ook spreken van herstel als het beter met je gaat en je ondanks klachten toch een zinvol en betekenisvol leven hebt. Persoonlijk herstel is dus veel meer dan afname of afwezigheid van klachten. Dat is een andere manier van kijken die veel ruimte geeft en barmhartiger is. Dan kun je ondanks klachten toch op allerlei manieren meedoen in het dagelijkse leven. En dus verbonden zijn met de mensen om je heen en uiteindelijk met jezelf.”

Dit afscheid van het neoliberalisme dringt nog niet zo door in het maatschappelijke debat.

“Nou, het dringt langzaam door. Ik denk aan Denktank Y van de jongerenbeweging Generatie Y die met premier Rutte om de tafel zat om oplossingen te bedenken voor de huidige crisis in Nederland en de wereld. Jongeren staan tegenwoordig enorm onder druk om constant te presteren. Er is veel keuze-stress. Burn-outs komen op steeds jongere leeftijd voor. Wat de ouderen betreft, groeit het begrip dat zij op een waardige manier ouder moeten kunnen worden. Zij moeten niet het gevoel krijgen dat ze hun tijd hebben gehad en dat ze het nog maar moeten uitzingen totdat ze doodgaan. En dat ze vooral een kostenpost zijn.”

Het economische systeem is daar nog niet op ingericht.

“Inderdaad. Het economisch denken doordringt het hele leven, zelfs het privédomein. We zijn ondernemers van ons eigen levensproject geworden. Dat denken zit inmiddels wel in de haarvaten van onze samenleving, ook op individueel niveau. Dat was eerder niet zo. Als gevolg van de coronacrisis gaat het maatschappelijke debat nu veel meer over andere waarden dan alleen maar economische waarden. De volksgezondheid gaat voor de economie, zeggen we. We moeten met elkaar corona bestrijden. De verbinding met elkaar wordt veel meer benadrukt. We zien dat het neoliberale en marktdenken tekortschiet.

De huidige crisis heeft de sneltrein van het dagelijkse leven tot stilstand gebracht. Voor sommigen is dat een opluchting omdat een zekere druk is weggevallen. Voor anderen is het een nieuwe last: als je niet meer kunt presteren, wie ben ik dan eigenlijk nog? De coronacrisis is een identiteitscrisis geworden. Hoe verhoud je je nog tot jezelf? Door de stress van de huidige omstandigheden ben je niet altijd de persoon die je zou willen zijn. Je emoties zijn anders dan gewenst.  Hoe kijk je naar lijden en ongemak dat anderen of jezelf treft?

De coronacrisis als identiteitscrisis vraagt om reflectie op de waarden die we persoonlijk, maar ook als samenleving, belangrijk vinden. En om reflectie op de samenhang tussen verschillende waarden. Dat geldt evenzeer voor de crisis rond discriminatie en diversiteit. Het is nu een goed moment om de rangorde te veranderen, om te herschikken, waarbij we onszelf en de ander ruimte gunnen voor nuance. In plaats van vast te houden aan zwart-witdenken.

Volgens mij kan het leven zoveel aangenamer zijn als we het onderscheid tussen winnen en verliezen te boven komen. Als je een keer faalt, ben je nog geen loser. Als we dat beseffen, kan het woord loser zijn angel en betekenis verliezen.”

Voelt u zichzelf ook wel eens een loser?

“Een loser is te sterk uitgedrukt. Wel baal ik er wel eens van als ik bijvoorbeeld ongeduldig ben en kortaf naar anderen. Tegelijk weet ik me geliefd door mijn naasten, en geldt dat andersom ook. Dus doet dat niets wezenlijks in de relatie, al zou ik liever willen dat alles perfect gaat. Maar dat is niet realistisch. We zijn tenslotte maar mensen.”

We stellen te hoge eisen aan onszelf en we zijn vaak te perfectionistisch?

“Ja en dat wordt gevoed door het maatschappelijke systeem. Tegelijk spelen ook meer individuele factoren een rol. Welke eisen hebben je ouders aan je gesteld bijvoorbeeld. Als alles wordt gebaseerd op beoordelingen, wordt het leven vervelend. Dan zit je klem in je eigen oordeel en in dat van anderen.”

“Als christen geloof ik dat God liefde is en dat genadige aanvaarding voorop staat”

Hoe kunnen religie en levensbeschouwing in het denken hierover behulpzaam zijn?

“Hoe we kijken naar onszelf, naar anderen, naar de wereld en naar God, speelt een rol. Hier kunnen religie en religieuze waarden helpen. Welke waarden vinden we belangrijk? Dat hoeft niet alleen individueel geluk en vrijheid te zijn, maar ook verbondenheid en solidariteit. Als christen geloof ik dat God liefde is en dat genadige aanvaarding voorop staat. Het motiveert mij in mijn onderzoek naar zelfcompassie, religie en welbevinden.

Het is opmerkelijk dat het thema zelfcompassie wordt geframed binnen een boeddhistische psychologie. Terwijl je vanuit het christelijk geloof ook allerlei noties kunt aanwijzen die met compassie verbonden zijn. Jezus trok vooral op met mensen aan de rand van de samenleving, met mensen die het niet hadden gered in het leven en die er niet toe deden in de samenleving, vaak ook vrouwen. Hij zocht contact met mensen die werden gehaat zoals corrupte belastinginners, allemaal losers van die tijd.

Het zou zomaar kunnen dat de mate waarin er ruimte is voor niet-kunnen, niet-weten en niet-hoeven een belangrijke factor is voor een leefbare samenleving. Mogen onmacht, falen, zwakte en lijden er zijn, of wordt dat allemaal veroordeeld? Mag je anders zijn of anders doen?”

U doet al twintig jaar onderzoek naar godsbeelden. Dat heeft ook raakvlakken met zelfcompassie?

“Ja, daar kom ik steeds meer achter. Er bestaat een interessante relatie tussen godsbeelden en mentale gezondheid. Welke invloed is er op het welbevinden van mensen? Onderzoek laat verschillen zien tussen denominaties. Katholieken denken, vaker dan anderen, dat God de mens aan zichzelf over laat: je moet het zelf doen. Katholieken zijn waarschijnlijk wat milder als het gaat om oordelen en aanvaarding dan protestanten.

Voor psychiatrische patiënten geldt dat hoe zieker zij zijn, hoe negatiever, donkerder en wraakzuchtiger vaak hun godsbeeld is. God roept als rechter heel veel angst en boosheid bij hen op. Dat vonden we bij mensen zonder psychiatrische diagnose niet op die manier. Dat is heftig. Je hebt al een probleem, een stoornis, en dan gun je mensen dat geloof een steunbron voor ze is, maar het blijkt dat het geloof het voor hen extra ingewikkeld maakt.

Bij het zelfcompassie onderzoek gaat het erom hoe we tegen onszelf aankijken, hoe we met emoties omgaan, hoe geduldig we zijn met onszelf. Kijken we met milde ogen naar onszelf? Ik wil graag weten hoe belangrijk geloof en levensovertuiging hierbij zijn. Is er een samenhang tussen religie en levensbeschouwing en zelfcompassie? Wat doet het godsbeeld van mensen hierbij? Als je gelooft of ervaart dat God met milde of juist met strenge ogen naar jou kijkt, wat betekent dat voor de manier waarop je naar jezelf kijkt? En in hoeverre spelen andere factoren daarbij een rol, zoals opleiding en, nu, corona? Wat doet dat met het welbevinden van mensen?

Meer dan 900 mensen hebben de vragenlijst nu ingevuld. Het zou mooi zijn als meer rooms-katholieken die lijst invullen, want we hebben door onze samenwerking met het protestantse Nederlands Dagblad een oververtegenwoordiging van protestanten in ons onderzoek. Meedoen kan via een link van de Vrije Universiteit: vu.nl/zelfcompassie.”

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Vanuit het Jansenisme zitten wij katholieken toch ook veelal schuld, negativisme, perfectionisme opgezadeld.
    Zijn we meestal veeleisend van onszelf en de anderen en kwam God in onze opvoeding eerder bestraffend dan barmhartig voor. Dat heeft zijn sporen nagelaten,alles moest ook perfect zijn of het was niet goed. Ik kom te weinig in contact met protestanten om te weten of dat een duidelijk verschil maakt. Ik herken me wel in uw artikel

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*