Home » Interview » Joantine Berghuijs: “Veel meervoudige religiositeit binnen de kerken”

Joantine Berghuijs: “Veel meervoudige religiositeit binnen de kerken”

“Ruim 42 procent van het aantal kerkleden in Nederland is meervoudig religieus”, concludeert Joantine Berghuijs, die haar loopbaan als religieonderzoeker bij de Vrije Universiteit Amsterdam afsluit met haar onderzoek en boek ‘Meervoudig religieus: spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders’.

Door Cees Veltman

Joantine Berghuijs: “Mijn verlangen naar religie is gebleven.”

Het onderzoek, waarmee Joantine Berghuijs spiritualiteit van de Nederlanders in kaart bracht, bestond uit enquêtes, interviews en brieven. Berghuijs: “Dit is de eerste, landelijk representatieve enquête, waarmee in kaart is gebracht op welke verschillende manieren mensen bij een of meer religies betrokken kunnen zijn. Bijvoorbeeld via rituelen, overtuigingen, bezoek aan vieringen, of ethische richtlijnen, of praktische inzet. Maar ook via het voelen van affiniteit, inspiratie of verwantschap kun je bij een religie betrokken zijn. We vroegen bij elk van die manier aan welke religie of religies mensen deze betrokkenheid koppelden. Als mensen dan uit verschillende religieuze tradities putten voor hun persoonlijk geloof, noemen we ze meervoudig religieus. Landelijk resulteert dit in 23 procent meervoudig religieuzen. Zo konden we ook concluderen dat onder degenen die via lidmaatschap of kerkbezoek betrokken zijn bij een katholieke gemeenschap 42 procent meervoudig religieus is. In protestantse gemeenschappen is dit 43 procent. Daar moet bij worden aangetekend dat het ‘vangnet’ in deze enquête bijzonder wijd is uitgeworpen. In vervolgonderzoek ging het meer over de betekenis en beleving van het – al dan niet meervoudig – religieuze bij de respondenten.”

Heeft je onderzoek naar meervoudige religiositeit in Nederland voor jouzelf als religieonderzoeker verrassingen opgeleverd?

“Ik ben er niet met specifieke verwachtingen aan begonnen. Het onderzoek kan gezien worden als een vervolg op het boek ‘Flexibel geloven’ van Manuela Kalsky en Frieda Pruim. Het is wel opvallend dat meer dan de helft van alle Nederlanders (51 procent) affiniteit heeft met een of meer religies en een even groot percentage is betrokken via religieuze praktijken en materiële cultuur. Daaronder vallen bijvoorbeeld bidden of mediteren, bezit van religieuze voorwerpen en het vieren van religieuze feesten. Religieuze overtuigingen waar zij steun aan ondervinden, worden maar door 20 procent van de Nederlanders geformuleerd. Ter relativering: de enquêtevraag naar overtuigingen is misschien moeilijker geweest omdat de ondervraagden daar zelf een antwoord op moesten formuleren. Multiplechoicevragen zijn gemakkelijker te beantwoorden. Maar aan de andere kant: als een overtuiging zo belangrijk voor je is, zou je die toch moeten kunnen benoemen?”

Het is opvallend dat meer dan de helft van alle Nederlanders affiniteit heeft met een of meer religies

Religieuze sociale participatie, waaronder het lidmaatschap van een kerk, is met 34 procent ook een stuk minder dan die 51 procent praktijken en materiële cultuur. We kunnen religiositeit dus steeds lastiger afmeten aan het aantal kerkleden zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ten onrechte wel doet. Dat bureau trok eind 2018 de conclusie uit eigen onderzoek dat minder dan de helft van de Nederlanders religieus is, maar dit baseerden zij op de vraag of mensen zich rekenen tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke gemeenschap. Zo’n conclusie is dus niet meer van deze tijd. Uit ons onderzoek blijkt dat 66 procent ‘iets met religie heeft’, als je maar de goede vragen stelt.”

We kunnen religiositeit steeds lastiger afmeten aan het aantal kerkleden

Kun je de groei van het percentage meervoudig religieuzen zien als een teken van emancipatie van gelovigen, van verdieping en voortschrijdend inzicht?

“Allereerst kunnen we niet van groei spreken, want nog niet eerder is op deze wijze meervoudige religiositeit in kaart gebracht. Ik vermoed overigens wel dat binnen de slinkende groep van mensen die in ons land nog religieus zijn, meervoudige religiositeit wel een belangrijkere factor zal worden. Of er sprake is van emancipatie, verdieping en voortschrijdend inzicht is een waardeoordeel, dat ik liever aan anderen overlaat.”

Is het een afscheid van dogma’s en een terugkeer naar de kern van religie? Een tot de islam bekeerde christen zegt in een eerder onderzoek zich nu een beter christen te voelen.

“Veel mensen zeggen inderdaad dat ze naar de kern van religie toe gaan. Zij noemen die kern het licht of (naasten)liefde. Ze hopen dat kunstmatige grenzen tussen religies geslecht zullen worden om tot meer harmonie en saamhorigheid te komen. Het maakt niet meer uit waar de inspiratie vandaan komt. Je kunt het ook halen uit gesprekken met je buurvrouw of uit het moeder-zijn bijvoorbeeld. De Amsterdamse oud-wethouder Floor Wibaut (die af en toe door PvdA-leider Lodewijk Asscher wordt geciteerd) zei: “Er is maar één land – de aarde – er is maar één volk – de mensheid – er is maar één geloof: de liefde.” Dat citaat leerde ik kennen via één van mijn geïnterviewden en heb ik zelf afgelopen jaar gebruikt op mijn kerstkaarten.

Meervoudig religieuzen vergelijken de verschillende religies bijvoorbeeld met de facetten van een diamant of met instrumenten van een orkest. Ze zien veel overeenkomsten in ethische richtlijnen van religies. Ze zoeken meer naar overeenkomsten dan naar verschillen tussen religies. Ze ervaren zichzelf veelal als ‘anders dan anderen’ omdat ze hun individuele koers varen. Ze voelen zich daardoor vaak niet thuis in traditionele religieuze gemeenschappen. Toch verlangen velen sterk naar een religieuze gemeenschap van gelijkgezinden, maar kunnen die vaak moeilijk vinden. Die spanning merkte ik in een aantal interviews.

Toch verlangen velen sterk naar een religieuze gemeenschap van gelijkgezinden, maar kunnen die vaak moeilijk vinden

Meervoudig religieuzen hebben ethische idealen die vooral gericht zijn op liefde voor jezelf, voor de ander en voor de aarde, maatschappelijke betrokkenheid, duurzaam leven, ja zeggen tegen een multiculturele en multireligieuze samenleving, verdraagzaamheid, vrede en gerechtigheid.  Het zijn idealen waarbij mensen uiteindelijk vanuit de afgescheiden religies komen tot datgene wat hen overstijgt. Dat geeft hen hoop voor een toekomst waarin verschillen tussen religies minder belangrijk zijn. Ik denk wel dat de bronnen, de tradities, de interpretaties daarvan en de rituelen van elke religie herkenbaar en voedend moeten blijven. Als de kennis en de gemeenschappen blijven bestaan, heb je iets in huis en kun je dat laten zien aan anderen.”

Waarop kan deze ontwikkeling naar meervoudige religiositeit uitlopen?

“Ik vind het moeilijk voorstelbaar dat je alle religies volledig zou kunnen samensmelten. Je hebt immers verschillende bronnen zoals de Bijbel en de Koran en de hindoeïstische Bhagavad Gita (het Lied van de Heer) en die kun je niet wegdenken.”

In vieringen van de internationale soefi’s staan de boeken van verschillende religies centraal. Ze behandelen thema’s en kijken wat erover in die boeken staat. Maar er wordt niet één groot boek van gemaakt. 

“Dat is een bredere kijk op religie dan we gewend zijn. Of dat een vooruitgang is, daar zijn de meningen over verdeeld. Bisschop Eijk zal het er niet mee eens zijn bijvoorbeeld. Andere theologen vinden het juist goed dat mensen een bredere blik krijgen, zo hun geloof verrijken en verdiepen en nieuwe manieren zoeken om God te dienen. Ik heb wel gemerkt dat mensen die duidelijk meervoudig religieus zijn, soms problemen met hun omgeving en familie ervaren. Het wordt niet altijd geaccepteerd. Ook in de opvoeding kan het voor problemen zorgen. Een jonge moeder in ons onderzoek die zich met christendom en islam bezighoudt, merkt dat haar zoontje van vier weinig raad weet met haar nuances en onzekerheden en vooral duidelijkheid wil. Maar ze vindt het erg moeilijk hem zekerheden voor te schotelen.”

Lopen de Japanners voorop in meervoudige religiositeit met hun omarming van shintoïsme en boeddhisme?

“Het is niet zozeer vooroplopen, maar vooral een andere manier van omgaan met religie. In landen als Japan en China is meestal geen sprake van exclusief lidmaatschap van één religieuze gemeenschap en bijbehorende verplichtingen. Men richt zich, afhankelijk van de levenssituatie en de behoefte, tot één of meer religies om rituelen uit te voeren en om bescherming te vragen. Zij horen vooral bij hun sociale groep, eerder dan bij een specifieke religie.”

Een van de kenmerken van meervoudig religieuzen is hun behoefte aan onafhankelijkheid.

“Ja, ze laten zich niet gezeggen wat ze moeten geloven. We vroegen: aan wie of wat bent u in religieus opzicht trouw? Het antwoord dat het vaakst werd gegeven door meervoudig religieuzen was ‘aan mijzelf’, maar dat hoeft geen egocentrisme te zijn. Monoreligieuzen, vooral christenen, noemen het vaakst ‘aan God’. Meervoudig religieuzen zien religie vaak als middel of als bron om een goed leven te leiden. En ‘een goed leven’ kan dan bijvoorbeeld inhouden: een zinvol, gelukkig, of maatschappelijk betrokken leven. Ze hechten minder aan geloof dan aan wijsheid.”

Waarom ben je religieonderzoeker geworden?

“Dat is een levenslange zoektocht geweest waarbij ik gaandeweg voor religieonderzoek heb gekozen. Ik ben religieus opgevoed binnen wat nu de Protestantse Kerk in Nederland is, midden-orthodox, niet extreem behoudend of uiterst vrijzinnig. Ik heb altijd belangstelling gehad voor andere religies. Pas op latere leeftijd ben ik religiewetenschappen, wereldgodsdiensten, in Leiden gaan studeren, na een eerdere studie en loopbaan in de milieuhygiëne. Binnen de religiewetenschap heb ik als specialisatie nieuwe spiritualiteit gekozen en ben ik als onderzoeker gaan werken bij de Universiteit Utrecht en later bij de Vrije Universiteit.

Ik ben het traditionele geloof steeds meer kwijtgeraakt

Ik ben het traditionele geloof steeds meer kwijtgeraakt. Het verlangen naar religie is wel gebleven, maar het leidt er niet meer toe dat ik me bij een religie kan aansluiten. Het geloof is voor mij moeilijk met mijn bèta achtergrond: iets is waar of niet waar. Het is voor mij ingewikkeld om te leven met symbolische of andere geloofsinterpretaties waardoor ik toch weer zou kunnen meedoen in een kerk, wat ik mensen om me heen wel zie doen. Ik vind religie als verschijnsel echter nog steeds fascinerend. Je bestudeert de diepste drijfveren van mensen en hoe ze hun geloof vormgeven.”

In onderzoeken kunnen mensen zichzelf van alles noemen, supergelovig of geniaal bijvoorbeeld. Is dat geen beperking van de waarde van het onderzoek?

“Ik kan niet anders dan uitgaan van wat mensen zelf zeggen. Je kunt de mate en de kwaliteit van religiositeit niet precies meten. Ik ben een empirisch onderzoeker, ik wil weten hoe mensen denken, voelen en handelen en aan welke religieuze traditie ze hun religieuze betrokkenheid verbinden. Daarbij konden de ondervraagden trouwens ook zelf andere dan de bekende wereldreligies noemen. Daarbij werd ook regelmatig ‘spiritualiteit’ genoemd.”

Vormt meervoudige religiositeit een gevaar voor de kerken of is het een verrijking?

“Veel mensen binnen de kerken gaan met andere religies aan de slag. Als een kerk zich dat realiseert, zou dat geen bedreiging hoeven te zijn. Maar het is wel een bedreiging als kerken strak willen vasthouden aan het oude, aan bestaande voorschriften. Dat willen steeds meer mensen niet meer. Het antwoord op de vraag hangt dus af van de tolerantie binnen de kerken. Het zal met name in de rooms-katholieke kerk een groot probleem zijn en ook in de kleinere orthodoxe protestantse kerken, maar daar speelt meervoudige religiositeit veel minder denk ik.

Meervoudige religiositeit kan verrijkend zijn als kerken niet bang zijn voor anderen, de interreligieuze dialoog aangaan en zich dienstbaar opstellen naar buiten toe, door zinzoekers te verwelkomen. Ongeacht of het leidt tot nieuwe lidmaatschappen.

Meervoudige religiositeit kan verrijkend zijn als kerken niet bang zijn voor anderen

Dit kwam duidelijk naar voren bij een gesprek dat ik had met HELDER, een groep pastores uit de protestantse kerk die elkaar gevonden hebben via hun betrokkenheid bij alternatieve benaderingen van het christendom en/of inspiratie door buitenchristelijke tradities. Zij benadrukten de noodzaak van openheid en luisteren zonder oordelen naar mensen binnen en buiten de kerken, naar zinzoekers in al hun diversiteit, vooral ook jongeren. Een idee om zinzoekers te bereiken, zou zijn om samen te werken met andere religies. Elk daarvan kan dan inspiratie bieden door de waarde van de traditie te laten zien en te laten beleven, bijvoorbeeld de waarde van gemeenschapszin, rituelen en maatschappelijke betrokkenheid. Tegelijkertijd stelden zij ook dat het goed is om open te staan voor verandering, want het gaat om innerlijke bezieling en heelwording, los van een leer, voorganger of instituut.”

We zitten al jaren in een overgangsfase naar seculariteit, buitenkerkelijkheid. De mens is dus niet ongeneeslijk religieus?

“Inderdaad, al groeit religie wereldwijd wel. Steeds meer mensen in het Westen hebben niets met religie of spiritualiteit. De veronderstelling dat mensen ongeneeslijk religieus zijn, stamt al uit de oudheid. Het gaat hier om een selffulfilling prophecy. Bevindingen van het tegendeel werden ofwel genegeerd of toegeschreven aan gebrekkige observatie of verbonden met een flexibeler begrip van religie. Je kunt dat begrip zo breed maken als je wilt. Godsdienstsocioloog Meerten ter Borg noemde voetbal religie en Johan Cruijff een verlosser. Dat is een functionele definitie van religie: wat doet religie met mensen? Het samen juichen in een stadion geeft een verbindend gevoel.

Als je een substantiële definitie van religie gebruikt – wat is religie – en het bijvoorbeeld beperkt tot iets met bovennatuurlijke krachten, met een God en voorschriften, dan vallen er weer religies af die geen God kennen, zoals het boeddhisme. Overigens lijkt zelfs het zinzoeker zijn minder universeel dan je zou denken, zo bleek al uit God in Nederland. Het percentage zinzoekers in Nederland neemt af.”

Misschien moeten we andere woorden gebruiken dan God

Heb je door het onderzoek zelf een andere kijk op religie gekregen?

“Voor mijzelf heeft het onderzoek bevrijdend gewerkt in mijn proces om me los te weken van de focus op ‘waar of niet waar’, op weg naar een grotere gerichtheid op wijsheid, symboliek en verbinding. Ik weet niet of ik ooit nog ergens aanland, bijvoorbeeld bij een vrijzinnige groepering waar tussen God en liefde een is gelijkteken staat. “God bestaat niet, hij gebeurt”, zei dominee Klaas Hendrikse. Misschien moeten we andere woorden gebruiken dan God, want bij dat woord haken veel mensen al meteen af.”

————————-

Joantine Berghuijs, Meervoudig religieus, spirituele openheid en creativiteit onder Nederlanders, AUP, 313 blz., € 19,99.

Manuela Kalsky, Frieda Pruim (2014), Flexibel geloven: zingeving voorbij de grenzen van religie, Skandalon.

J. de Roover (2014), Incurably religious? Consensus gentium and the cultural universality of religion, Numen 61:5-32.

Ton Bernts, T. en J. Berghuijs (2016), God in Nederland 1966-2015, Ten Have.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*